|
Hans-Martin Rux - trompet
|
|
|
Brandenburg Concert II, BWV 1047a (10:41) Brandenburg Concerto V, BWV 1050a (18:08) |
Concerto in F, BWV 1057 (na Brandenburg Concerto IV) (15:49) Total duration: 44:39 |
|
Deze opname laat u alternatieve versies horen van drie beroemde werken van J.S. Bach, inderdaad de Brandenburgse Concerten, die tot de meest bekende en geliefde stukken van de 18e eeuw gerekend worden. Deze alternatieve bezetting zijn alle toegeschreven aan Bach zelf. Met het presenteren van deze onbekende versies hebben we niet de bedoeling bij te dragen aan enige discussie over authenticiteit of legitimiteit. Hoewel er lijkt bewijs te zijn dat op zijn mist enkele van deze versies eerder gedateerd zijn dan hun beter bekende transcripties, is het niet op basis van veronderstelde grotere "autoriteit" dat we ze onder het publiek brengen, ons doel is artistiek, namelijk: de luisteraar confronteren met een alternatief perspectief op de bekende versie. Transparanter en een perfecter balans door het aantal tutti delen te beperken, onthult de wezenlijke structuur van elk stuk. Je zou kunnen zeggen dat de structuur enigszins verholen is in de voller geïnstrumenteerde versies. De 3 "nieuwe" versies, die hier worden gepresenteerd, kunnen worden verdeeld in twee groepen: Deel 1 omvat de Brandenburgse concerten IV en V. Brandenburg IV uitgevoerd op viool, 2 fluiten, strijkorkest en continuo in G majeur is het meest bekend. In de hier opgenomen versie is in F majeur en het clavecimbel speelt de vioolsolo. Het spreekt vanzelf dat veel is gewijzigd omdat het hier meer gedacht is voor een polyfoon dan een melodisch instrument. Brandenburg V (in een eerder bestaande versie BWV 1050a) is in deze vroegste versie lichtelijk 'uitgedund', met gebruik van een viool alleen in plaats van samen met een cello. Ter aanvulling verschilt de cadens van het clavecimbel in het 1e deel van de meer bekende latere versie en is korter. Er zijn diverse maten meer in het 3e deel dan luisteraars gewend zijn en enkele kleine verschillen - meestal vereenvoudigingen - in sommige melodische figuren in de andere delen. Het tweede deel omvat het 2e Brandenburgs concert. Verschillende geleerden (waaronder Christian Friedrich Penzel) beweert dat we hier te maken hebben met de vroegste versie van dit werk. Het 2e Brandenburgs concert is nog geschreven voor dezelfde vier solisten - viool, fluit, hobo en trompet - maar in deze versie zijn er geen andere strijkers, geen vol orkest. Veeleer dan de klank van een werk met klein orkest, klinkt het nu als een kamerconcert in de stijl van Vivaldi. Scherpzinnige luisteraars zullen ook opmerken dat toonhoogte waarin de stukken worden gespeeld ongebruikelijk is. In de 18e eeuw had iedere plaats en stad in Europa zijn eigen systeem van gewichten, maten en toonhoogte. Pogingen tot standaardisatie van toonhoogte werden voor het eerst vastgelegd bij wet in Frankrijk in 1859 met A=435 Hertz en pas in 1939 werd de standaard toonhoogte A=440 Hertz internationaal geaccepteerd. In zwang zijnde vernieuwingen zoals de hobo en de fagot werden geïntroduceerd in Duitsland vanuit Frankrijk in de laatste 25 jaar van de 17e eeuw, doorgaans door geïmmigreerde Hugenoten musici. Deze instrumenten, ontwikkeld in Frankrijk en wellicht Nederland werden bespeeld op een lagere toonhoogte. Later werden dezelfde instrumenten gereproduceerd in Duitsland op enigszins hogere toonhoogte, maar aanvankelijk wed de lagere Franse kamer toonhoogte geprefereerd om verscheidene redenen. Deze opname is op 392 Hertz, een hele toon onder de moderne toonhoogte maar is aanzienlijk dichter bij de originele toonhoogte standaard die bij de uitvoering gebruikt werd. De kleur van de toon en het gemak om te spelen voegt een honingzoete kwaliteit toe, waarvan we hopen dat de luisteraar die zal waarderen. Transcriptie is een essentieel aspect van Bachs compositorische procedure, het onthult het constante herwerken van zijn muzikale ideeën. Naast elkaar leggen van de verschillende versies laat het werkelijke compositorische proces zien, waarbij hij zijn eigen materiaal aanpast, gebruik makend van verschillende texturen, de bewerking en frasering verfijnt en de muzikale ideeën, wellicht rekening houdend met de akoestiek van een speciale ruimte of zelfs van verschillende sterktes van de instrumenten. Met het presenteren van deze opname als de soberste versie van Bachs Brandenburgse concerten, hopen we dat de luisteraar des te meer zal genieten van de schittering van Bachs contrapunt en de opmerkelijke helderheid van zijn muzikale architectuur. |
Apollo - zoon van Zeus en Leto, god van het licht, de schone kunsten en de harmonie en aanvoerder van de negen muzen. Het Apollo Ensemble, opgericht in 1992, is wat de naam zegt: Ensemble - samen. Het samenspel op zoek zijn naar de grenzen van het samenspel en de interactie tussen musici. De Griekse god Apollo wordt begeleid door de muzen, de godinnen van de kunsten en wetenschap. Het ‘samenspel’ van deze verschillende kunstvormen en de wetenschap vormt de bron van de projecten en programma’s van het Apollo Ensemble. Ook geeft het Apollo ensemble jaarlijks zijn Apollo zomeracademie, een internationale cursus kamermuziek. Daaraan verbonden is er sinds kort ook het festival Travelling in Baroque waar rond het Apollo Ensemble tal van bijzondere kamermuziek wordt geprogrammeerd. Het ensemble speelt op toonaangevende podia en festivals. Artistiek leider en violist van het Apollo Ensemble David Rainovich, geboren in de voormalige Sovjet Unie, studeerde met Zahar Bron op het Glinka Conservatorium in Novosibirsk. In 1994 vestigde hij zich in Nederland om barokviool te studeren aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Zijn werkveld is divers en strekt zich uit over de hele wereld; hij is violist in toonaangevende barokorkesten, zoals Amsterdam Baroque Orchestra, het Orchestra of the Age of Enlightenment, en King’s Consort. Een grote passie heeft hij voor kamermuziek, de meest intensieve manier van samenspel en interactie. Door zijn grote ervaring als solist, artistiek leider en concertmeester wordt David Rabinovich ook vaak gevraagd om orkestprojecten te leiden, masterclasses te geven en ensembles te coachen.
Marion Boshuizen, clavecimbel
Kate Clark, dwarsfluit
Annelies Schraa, blokfluit
Reine-Marie Verhagen, blokfluit Hans-Martin Rux (geb. 1965) studeerd moderne trompet bij Prof. Edmund Buschinger aan het Düsseldorf College voor Muziek en historische trompet bij Friedemann Immer aan het Keulse College voor Muziek. Daarna studeerde hij af in historische uitvoering in Hilversum. Al gedurende zijn studies, wijdde Hans-Martin Rux zich bijna uitsluitend aan de Barokke natuurtrompet, waarop hij momenteel een van de meest gewilde spelers is. Als veelvuldig lid van Concerto Köln, is Hans-Martin Rux thuis in vele internationale gerenommeerde ensembles voor oude muziek. In de loop van zijn muzikale activiteiten heeft Hans-Martin Rux reeds deelgenomen aan meer dan honderd cd-opnamen, waaronder het beroemde Telemann Concerto met Camerata Köln sonates van Schmelzer en Biber met Music Fiata en vele van Bachs voornaamste werken.
Ofer Frenkel rondde zijn orkest-
en solistendiploma's af in Zwitserland. In die tijd trad hij op met het
Tonhalle-orkest en het Operno-orkest in Zürich. Een postuniversitaire studie in
18e eeuwse hobo volgde hij aan de Schola Cantorum Basiliensis en aan het
Koninklijk Conservatorium te Den Haag.
|