Nancy Mayer: Mezzosopraan
Annelies Schraa: blokfluiten
Thomas Oltheten: fagot/dulciaan
Marion Boshuizen: clavecimbel

Georg Phillipp Telemann (1681-1767)
Jauchzet, frohlocket
Weihnachtskantate für Singstimme, Flöte und Generalbass

  1. Aria

  2. Recitatief

  3. Aria

Jacob van Eyck (ca. 1590-1657)

  1. O heylig zaligh Bethlehem
    blokfluitvariaties uit "Der Fluyten Lust-hof"

Dietrich Buxtehude (1637-1707)

  1. Singet dem Herrn, Psalm 98: 1-4
    Kantate für Sopran, Flöte und Generalbass

Phillipp Friedrich Böddecker (1615-1683)

  1. Sonata sopra la Monica
    für Fagott, Blöckflöte und Generalbass

  2. Weihnachts-konzert
    für Sopran und Generalbass

Claude Bénige Balbastre (18e eeuw)

  1. Quand Jesus naquit à Noel
    variaties voor clavecimbel

Marc' Antonio Ziani (17e eeuw)

  1. Alma redemptoris Mater

Michel Corrette (1709-1795)
Noël Allemand
Concerto "Lobt Gott ihr Christen allzugleich"

  1. Allegro

  2. Adagio

  3. Allegro

Georg Joachim Josef Hahn (?? - 1772)

  1. Aria de nativitate Domini

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)

  1. Pastorale in a moll

Georg Philipp Telemann (1681-1767)
Ihr Völker, hört
Kantate am Fest der Heilige Drei Könige

  1. Aria

  2. Recitatief

  3. Aria

MUSICA IN FESTO NATIVITATIS
BAROKKE KERSTMUZIEK

In de Lutherse eredienst werd als muzikaal hoogtepunt iedere week een cantate uitgevoerd, geschreven voor die speciale zondag van het kerkelijk jaar. Aanvankelijk werden de teksten aan de Bijbel ontleend: de cantate "Singet dem Hernn ein neues Lied" van Buxtehude is hier een goed voorbeeld van. De tekst is Psalm 98 ver 1-4, de psalm voor de eerste kerstdag. Deze cantate is nog min of meer aan één stuk doorgecomponeerd en heeft nog geen echte recitatieven, meer arioso-achtige gedeeltes.

Heel anders zijn de cantates van Telemann. Deze hebben een duidelijke aria - recitatief - aria vorm. De teksten zijn religieuze gedichten. De cantate "Jauchzet, frohlocket" is een echte jubelende kerstcantate, "Ihr Völker, hört" is geschreven voor het feest van Driekoningen, op 6 januari. Deze is wat betreft tekst en muziek veel dramatischer, de vreugde slaat al snel om in ondankbaarheid. Heel beeldend beschrijft Telemann in het recitatief de menigte der volkeren, die het licht komen prijzen (aus Saba kommen alle.....die Lugt ertönt vom Schalle) en de daarop volgende stilte.

De werken van Böddecker zijn echt vroeg barokke composities. De sonata sopra "La Monica" is variatiewerk voor duciaan, de voorloper van de fagot. De melodie "La Monica" is terug te voeren op een ballo uit 1593, van A. Terzi. Het wordt een volkslied, en krijgt een tekst over een meisje dat haar moeder smeekt haar geen non te laten worden ("Madre non mi far monaca") en zo komt de melodie aan de titel La Monica. In de Lutherse zangbundels duikt de melodie later weer op, als "Von Gott will ich nicht lassen" of "Mit Ernst o Menschenkinder", en in het liedboek voor de kerken staat het als het adventslied "Verwacht de komst des Heren". Overigens varieert de dulciaan hier steeds virtuozer op de bas; de fluit heeft steeds onveranderd de melodie. Het Weihnachtskonzert, voor sopraan en basso continuo, is een vrije compositie met daar doorheen geweven als wiegelied het oude kerstlied "Joseph, lieber Joseph mein".
Ook van Eyck, Balbastre en Corrette variëren op kerstliederen uit die tijd die gedeeltelijk nu ook nog bekendheid genieten. 

Jacob van Eyck, de blinde Utrechtse beiaardier en blokfluitist, schreef blokfluitvariaties over "O Heyligh zaligh Bethlemen". Zijn blokfluitspel, waarmee hij "de wandelende luyden opt kerckhoff somwijlen savons mit het geluyt van zijn fluytien" moest vermaken, werd in diverse gedichten van zijn tijd geprezen. Het lied "Quand Jésus naquit à Noël" kennen wij als "Midden in de winternacht".

Balbastre schreef ze voor clavecimbel of pianoforte, en niet, zoals misschien voor de hand zou liggen, voor orgel.

Corrette zou je kunnen aanduiden als de Franse Telemann. Hij was een succesvol componist, wist handig op de nieuwe mode in te spelen, en was (net als Telemann) uitgever van zijn eigen werken. Aan zijn Concerto Noël Allemand ligt het duitse kerstlied "Lobt Gott ihr Christen..." ten grondslag. Het werk is geschreven in de Italiaanse concertovorm, die toen net in Parijs in de mode kwam.

Marc' Antonio Ziani is vooral bekend om zijn opera's, maar hij schreef ook veel kerkmuziek. Het Alma Redemptoris Mater is geen echt kerstlied, het is een stuk ter ere van Maria, de moeder van Jezus. Opvallend is dat het werk langzaam begint, maar dan een sneller middendeel heeft en ook weer langzaam, bijna plechtig eindigt.

Ook de pastorale van C.Ph.E. Bach is waarschijnlijk niet speciaal voor de kerst geschreven, maar de sfeer van de pastorale, een herderszang, doet denken aan de herder op het veld.

Wel een zuivere kerstaria komt van Hahn, over wie zeer weinig bekend is. Zijn strofische aria ademt een vrolijk, feestelijk karakter. Geschreven voor een bovenstem (viool), sopraan en clavecimbel, doet het werk qua stijl denken aan de preklassieke "empfindsame Stil".