 |
Sergei Istomin,
cello
http://www.loganartsmanagement.com/artists/sergei-istomin
Apollo Ensemble, dir. David Rabinovich op eigentijdse
instrumenten
David Rabinovich, Liesbeth Nijs -
eerste viool
Igor Ruhadze, Daria Gorban - tweede viool
Tamara Mkrtychyan - altviool
Sergei Istomin - cello
Maria Vahervuo - contra bas
Ofer Frenkel, Mario Topper - hobo
Karen Libischewski, Torben Klink - hoorn
Thomas Oltheten - fagot
Recensie |
De celloconcertos van Haydn De twee
concertos voor cello van Haydn die ons werden overgeleverd, schreef hij telkens
voor een bevriende cellist. Het oudste concerts (in C) dat we kenden van Haydn's
leeggemaakte catalogus van eigen werk, werd tot in 1961 verloren gewaand. Toen
werd een set losse handgeschreven partijen herontdekt in de bibliotheek van de
graven van Kolovrat-Krakovsky uit het Radenín kasteel - een collectie die zich
nu in het nationaal museum te Waag bevindt. Sindsdien is deze uitzonderlijke
compositie tot het vaste repertoire van de cellisten gaan behoren.
Het tweede concerts in D werd door Haydn zelf gedateerd in 1783. Gedurende zijn
leven werd het uitgegeven door Johann André van Offenbach am Main "d'après le
manuscrit original de l'auteur''. De partituur werd voor het eerst gedrukt in
1804 en daarna herdrukt door Vernay in Parijs. Geen enkele andere bron uit die
tijd, behalve de autograaf, is gekend. Dat manuscript was eerst het bezit van
Meinert in Dessau, vervolgens van Julius Rietz in Dresden, dook nadien op bij
Breitkopf en Härtel en belandde ten slofte in de Oostenrijkse Nationalbibliothek.
Gedurende de 19de eeuw raakte het werk totaal in de vergetelheid, tot in de
jaren 1890 FA. Gevaert het opnieuw uitgaf en het een nieuwe populariteit
bezorgde.
Maar in zijn enthousiasme herwerkte Gevaert het concerto voor romantisch orkest,
zodat het toch duurde tot in de 20ste eeuw, met de herontdekking van Haydn's
manuscript in 1951 , vooraleer het concerto in zijn oorspronkelijke staat werd
hersteld.
Het eerste celloconcerto dateert uit de eerste jaren dat Haydn in dienst was van
de Esterházy familie. Tot 1761 was Haydn kapelmeester van graaf Morzin, maar
wanneer die om financiële redenen zijn muzikanten de laan uitstuurde, werd Haydn,
dankzij zijn goede reputatie en enkele aanbevelingen, in dienst genomen door de
veel rijkere prins Paul Anton Esterházy in Eisenstadt.
Net zoals bij Morzin, werden de zomermaanden op het landgoed doorgebracht en de
wintermaanden te Wenen. Haydn ruilde zijn functie van kapelmeester bij Morzin om
voor die van vicekapelmeester in Eisenstadt. Daar was de oude Josephus Wemer
sinds decennia de Oberkapellmeister, maar al snel werd Haydn de belangrijkste
hofcomponist. Het orkest waarover hij kon beschikken had weliswaar een zeer
bescheiden omvang, maar de prins, die zelf viool, fluit en luit speelde, had
zich dankzij zijn goede smaak met enkele uitstekende zangers en
instrumentalisten omringd. In de overgeleverde boekhouding vinden we naast Haydn,
Luigi Tomasini als eerste violist, Garnier en Heger als andere violisten,
Josephus Weigl als cellist, verder een fluitist, 2 hoboïsten, 2 fagotten en 2
hoorns.
Graaf Paul Anton werd na zijn dood in 1762 opgevolgd door zijn jongere broer
Nicolaus, die zelf viola da gamma en cello speelde. Hij kon het uitstekend
vinden met Haydn die tot aan Nicolaus' dood in 1790 een ongeziene muzikale
productiviteit aan de dag legde.
Het ontstaan van het cello concerts in C wordt in 1765 gesitueerd en ook toen
had het hoforkest te Eisenstadt nog zeer bescheiden proporties, als men op de
overgeleverde boekhouding van de prins mag voortgaan. Eigenlijk was de basis-
bezetting één tot twee strijkers per punter, waarbij de hoorns ook viool dienden
te spelen als versterking. Voor grotere gelegenheden werden er eventueel nog
extra musici ingehuurd.
Het staat zo goed als vast dat Haydn de bevriende cellist en collega Joseph
Weigl, die toen in de hofkapel van Esterházy speelde, voor ogen had als solist.
Weigl beschikte over een stevige dosis techniek en het is opvallend dat
verschillende symfonieën uit die tijd belangrijke solopassages voor cello
vertonen, zoals bijvoorbeeld de nummers 6-8 met de beroemde bijnamen Le Matin,
Le Midi en Le Soir.
Maar het eerste celloconcerto van Haydn is niet alleen interessant omwipte van
de technische vereisten voor de solist, het is daarenboven op compositorisch
gebied een erg verzorgd en heel evenwichtig opgebouwd werk dat behoort tot het
toprepertoire uit die periode. Een pittig detail is dat Haydn in het tweede deel
en in de finale de cello bijna heimelijk laat binnenkomen - wat een favoriete
stijlfiguur was van Boccherini. Het is mogelijk dat Haydn zijn Italiaanse
collega ontmoet heeft ter gelegenheid van de uitvoering van diens cello
concerto's in Wenen in 1764.
De finale van Haydn's eerste celloconcerto trekt alle registers open met
passages die heel hoog liggen voor de cello en die ook vandaag nog het uiterste
van de solist vergen. Bovenal valt de zangerige stijl van het concerts op, dat
ondanks zijn evenwichtige structuur steeds doet denken aan dramatische passages
uit één of Het staat zo andere opera.
De orkestbezetting is bescheiden te noemen. Naast de strijkers zijn er twee
hobo's en twee hoorns die bijna uitsluitend gereserveerd zijn voor de tutti
passages in de eerste en laatste beweging. De trage beweging wordt enkel door
strijkers begeleid.
Het orkest dat bij de eerste opvoering gebruikt werd, zou naar hedendaagse
normen waarschijnlijk beschouwd worden als kamermuziekensemble, waarbij de
solist de belangrijkste of misschien wel enige cellist zou zijn. Hij zou dus,
zoals ook aangegeven in de solopartij, zonder twijfel hebben moeten meespelen in
de baspartij en in de tutti passages.
Ook de symfonie nummer 16 dateert uit de jaren 1760. Er is nog steeds discussie
of de symfonie niet reeds voor zijn aanstelling in Eisenstadt werd gecomponeerd.
In elk geval is ze op maat geschreven van het bescheiden kamerorkest waarover
hij kon beschikken.
Pas in 1783 schrijft Haydn een tweede celloconcerto, ditmaal voorAntonin Kraft
(1749-1820), een Weens cellist van Boheemse afkomst, werkzaam in de Keizerlijke
Hofkapelle maar vanaf 1778 opgenomen in het orkest van Prins Nicolaus.
Na de dood van de prins verhuisde hij in 1790 opnieuw naar Wenen waar hij een
cellist van aanzien werd. Zo werd bijvoorbeeld de cello partij van Beethovens
Triple Concerto voor hem geschreven. Hij was zelf ook een voortreffelijke
componist wat een tijd tot verwarring zou leiden omtrent het auteurschap van dit
concerts.
In de jaren 1830 werd om duistere redenen het idee gelanceerd dat niet Haydn,
maar de cellist Franz Anton Kraft de auteur zou geweest zijn.
We hebben gelukkig Haydn's autograaf teruggevonden wat elke discussie verder
overbodig maakt.
De schrijfwijze is heel vocaal gedacht en doet dikwijls aan Haydn's opera's
denken.
Zoals elders in het werk van Haydn vinden we daarenboven een mengeling van
Oostenrijkse en Hongaarse invloeden met thema's uit de volksmuziek: op een
bepaald moment kan men zich flarden van een drinklied voorstellen.
Kraft was met zekerheid de solist die het concerts heeft gecreëerd. Hij was een
buitengewoon virtuoos en het is zeer waarschijnlijk dat hij met Haydn nauw heeft
samengewerkt en dat Kraft allerlei virtuoze technieken aan Haydn heeft
uitgelegd: heel wat passages zijn in hoge ligging geschreven waardoor de cello
als het ware concurreert met de violen. Ook het gebruik van octaven, virtuoze
arpeg- gio's en veel dubbelsporen verwijzen naar een virtuoze cellist. Bovenal
wordt op veel plaatsen aan de solist gevraagd om het concerts heel vocaal, in
een zingende stijl, voor te dragen. De cellist dient te beschikken over een
combinatie van grote technische mogelijkheden, toonbeheersing en expressieve
draagkracht.
Haydn had het heel druk in die periode met de compositie van opera's (Orlando
Paladijn en Armida en misschien verklaart dat ook waarom het concerts zo
gezegend is met een reeks meeslepende melodieën. De cello als instrumentale
prima donna . . .
Jan De Winne

De cellist/gambist
Sergei Istomin behaalde zijn diploma aan het Conservatorium van
Moskou waar hij studeerde bij Valentin Feighin. Istomin vervolmaakte zijn
studies met een postgraduaat in Amerika bij Catharina Meints. Daar studeerde hij
viola da gamba en barokcello aan het Oberlin Conservatory in Ohio. Zijn
repertoire gaat van barok over klassiek tot hedendaags. Vandaag is Sergei
Istomin eerste cellist bij Anima Eterna en speelt hij tevens regelmatig bij
Tafelmusik Orchestra in Canada, bij La Grande Ecurie en La Chambre du Roi in
Frankrijk. Daarnaast gaf hij concerten met Augus Wentzinger, Gustav Leonardt,
Barthold Kuijken, Jos van Immerseel, Andrew Parrot, Trevor Pinnock, Jean-Claude
Malgoire, Mark Minkowski, Monika Huggett, Bruno Weill en Crhistophe Rousset. Hij
speelde op festivals in Aix-en-Provence, Beaune, Brugge, Nantes, Lockenhaus,
Schleswig-Holstein, San Francisco en Lameque. Hij maakte talrijke opnames voor
onder andere Analekta in Canada, Zig-Zag Territoires, Sony Classical en
Passacaille. Tegenwoordig woont Sergei Istomin als Russisch-Frans-Canadese
wereldburger in België van waaruit hij zijn internationale carrière verder zet.
www.sergei-istomin.com
Recensie
in de "Leeuwarder Courant"
Joseph Haydn – Celloconcerten –
Sergei Istomin, Apollo Ensemble, David Rabinovich
Passacaille
Het is nog net geen pepermuntje in een glas cola, maar bruisen doen beide
celloconcerten van Haydn zeker. De eerste is eind vorige eeuw opgedoken, de
tweede, die hij schreef in een periode waarin hij ook aan twee opera’s werkte,
wordt al langer gespeeld, al is het auteurschap omstreden geweest. Nu dan heeft
het Apollo Ensemble ze samengebracht op een schijf met in de hoofdrol Sergei
Istomin, eerste cellist bij Anima Eterna. Hij boort een hartstochtelijke
vrolijkheid aan, die zo uit de speakers de kamer in stroomt. Het Apollo Ensemble
wuift even opgewekt mee, als klaprozen in een schilderij van Monet, al is de
penseel, gevoerd door dirigent David Rabinovich, veel meer afgestemd op
precisiewerk. Klasse is het met passie, op lengte gebracht met Haydns zestiende
symfonie. Hoewel het Apollo Ensemble uitdagingen zoekt in steeds weer andere
richtingen - nu was Haydn dus aan de beurt – blijft de kwaliteit onveranderlijk
bovenstebest.
Rudolf Nammensma

|